© Guy Edwardes / Nature in Stock

De Schepping

Intro

Hoe is het leven ontstaan?

Dit is één van de belangrijkste levensvragen, die mensen hebben. Vrijwel alle religies hebben een eigen visie op hoe het leven is ontstaan. De Bijbel geeft ons de ware geschiedenis over het ontstaan van het leven. De geschiedenis van de schepping van hemel en aarde staat geschreven in het eerste boek van de Bijbel. Het eerste boek is Genesis. De betekenis van het woord “genesis” is ontstaan of oorsprong.

Het begin

In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
(Genesis 1:1)

De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld en die daarin wonen.
(Psalm 24:1)

In het begin schiep GOD de hemel en de aarde. Hieruit volgt dat:

  • God de hemel en de aarde heeft geschapen.
  • God, als Schepper, de hemel en de aarde bezit.
  • God, als Schepper, u bezit.
  • God u daarom Zijn geboden kan opleggen.
  • God u daarom straf kan geven als u Zijn geboden breekt.

Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee, en alles wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage.
(Exodus 20:11)

God schiep, in zes dagen, de hemel, de aarde en al wat daarin is. Hieronder volgt de scheppingsgeschiedenis.

De eerste dag

De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
En God zeide: Daar zij licht. En daar werd licht.
En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de eerste dag.
(Genesis 1:2-5)

En dit is de verkondiging die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is en gans geen duisternis in Hem is.
(1 Johannes 1:5)

Nadat God de aarde gemaakt had, was deze nog in staat van chaos en moest nog geordend worden. De aarde was volledig gehuld in duisternis en het eerste wat God naar de aarde bracht was het licht. Het was niet het licht van de zon, maan en sterren, want deze waren nog niet door God gemaakt. God is een licht in letterlijke en figuurlijke zin. Het is het letterlijke licht, dat God zelf uitstraalt, wat God naar de aarde bracht.

De tweede dag

En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren.
En God maakte het uitspansel en maakte scheiding tussen de wateren die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren die boven het uitspansel zijn. En het was alzo.
En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de tweede dag.
(Genesis 1:6-8)

Op de tweede dag maakte God scheiding tussen de wateren die boven het uitspansel zijn en de wateren die onder het uitspansel, op de aarde, zijn. Het midden, tussen die wateren, noemen we het universum. Het universum is de plaats waar wij de zon, maan, sterren, planeten en kometen zien.

De derde dag

En God zeide: Dat de wateren van onder den hemel in één plaats vergaderd worden en dat het droge gezien worde. En het was alzo.
En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeën. En God zag dat het goed was.
En God zeide: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde. En het was alzo.
En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag dat het goed was.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de derde dag.
(Genesis 1:9-13)

Op de derde dag liet God het water in één plaats verzamelen en noemde het droge aarde en het water zeeën.
Op de derde dag schiep God ook de bomen, planten en gras tot voedsel voor de mensen en dieren, welke God later zou scheppen. God schiep alles zaaddragend, zodat het zich zou kunnen vermenigvuldigen.

De vierde dag

En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren.
En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde. En het was alzo.
God dan maakte die twee grote lichten; het grote licht tot heerschappij des daags, en het kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren.
En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde,
En om te heersen in den dag en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag dat het goed was.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de vierde dag.
(Genesis 1:14-19)

Op de vierde dag schiep God de zon, de maan en de sterren. Het grote licht, de zon, heeft de heerschappij over de dag. Het kleine licht, de maan, heeft de heerschappij over de nacht samen met de sterren. Met deze lichten maakte God scheiding tussen de dag en de nacht en tussen het licht en de duisternis.

God stelde de zon, maan en sterren in het uitspansel, wat wij universum noemen. God stelde de zon zo op dat de aarde in ongeveer één jaar om de zon draait. De maan doet er ongeveer 30 dagen over om van nieuwe maan naar volle maan te gaan. De aarde draait in 24 uur om haar as. Hiermee heeft God ons de instrumenten gegeven om dagen, maanden en jaren te meten.

De vijfde dag

En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels.
En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag dat het goed was.
En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de vijfde dag.
(Genesis 1:20-23)

Op de vijfde dag schiep God de vogels en alle dieren die in de zee leven naar hun aard en God zegende hen. Vanaf dat moment waren de dieren vruchtbaar en konden ze zich vermenigvuldigen.
God schiep de vogels en de zeedieren naar hun aard, wat betekent dat ze zich voortplanten naar hun soort. Walvissen brengen walvissen voort en geen goudvissen. Eenden brengen eenden voort en geen papegaaien.

De zesde dag

En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort naar haar aard, vee en kruipend en wild gedierte der aarde naar zijn aard. En het was alzo.
En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag dat het goed was.
(Genesis 1:24-25)

Op de zesde dag schiep God eerst de dieren. God schiep de wilde dieren, het vee en de insecten. Ook hier schiep God de dieren naar hun aard, waardoor ze zich alleen kunnen voortplanten naar hun soort.

En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld Gods schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte dat op de aarde kruipt.
En God zeide: Zie, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven dat op de ganse aarde is, en alle geboomte in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze.
Maar aan al het gedierte der aarde en aan al het gevogelte des hemels en aan al het kruipend gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de zesde dag.
(Genesis 1:26-31)

Tot slot schiep God op de zesde dag, als kroon op Zijn schepping, de mens. Hij schiep de mens naar Zijn beeld. Hij gaf de mens een geest, een ziel en een lichaam. Hij gaf de mens ook een vrije wil. De mens kon zelfstandig beslissen God lief te hebben of niet en te gehoorzamen of niet.

God zegende de mens en maakte hen vruchtbaar. Hij gaf hen de opdracht zich te vermenigvuldigen, de aarde te vullen en de aarde te onderwerpen. God gaf de mens heerschappij over de aarde en alles wat daarop leeft. De mens was in die tijd volmaakt in al zijn wegen. God schiep de mens mannelijk en vrouwelijk.

God gaf de mens vruchten en zaaddragende planten tot voedsel en de mens was in die tijd vegetariër.
Aan de dieren gaf God het gras tot voedsel en ook de dieren waren in die tijd vegetariër.

De namen van de eerste twee mensen waren Adam en Eva.

Toen was de schepping voltooid en God zag al wat Hij gemaakt had en noemde het “zeer goed”.

De zevende dag

Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde en al hun heir.
Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.
(Genesis 2:1-2)

Op de zevende dag was de schepping van de hemel, aarde en al wat erin is voltooid en rustte God van Zijn scheppingswerk.
Wat hier met rusten bedoeld wordt is dat God stopte met het scheppingswerk en niet dat Hij van uitputting een dutje moest doen. God slaapt niet en raakt ook nooit moe of uitgeput.

Wetenschap en de schepping

Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet.
(Job 26:7)

De Bijbel was geschreven voordat de eerste austronaut de ruimte werd ingeschoten. Toch zegt de Bijbel dat de aarde aan niets is opgehangen. Zoek foto’s op van de aarde die vanuit de ruimte zijn gemaakt. U zult zien dat de aarde door de ruimte zweeft.

Al de beken gaan in de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats waar de beken heen gaan, derwaarts gaande keren zij weder.
(Prediker 1:7)

Hier ziet u een omschrijving van de watercyclus. Zeewater verdampt en condenseert in wolken, de wolken gaan richting het land, de regen daalt neer op het land, de regen vult de beken en rivieren en deze stromen weer uit in de zee. Doordat deze cyclus continu doorgaat, raakt de zee nooit vol.

Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek en breidt ze uit als een tent, om te bewonen.
(Jesaja 40:22)

Het boek Jesaja is meer dan 2000 jaar geleden geschreven en dit is onweerlegbaar. Een ander woord voor kloot is bol. De Bijbel omschreef de aarde als een bol ruim voordat onze “briljante” wetenschappers daar achter waren gekomen.

God is de architect van al wat leeft en heeft alle natuurwetten vastgesteld. Wetenschappers ontdekken alleen wat God, de almachtige Schepper, heeft geschapen.

De aarde is niet oud

Astronomen kijken naar de sterren en kunnen op basis van de snelheid waarmee het licht reist de afstand van een ster tot de aarde bepalen. Talloze sterren liggen op miljoenen lichtjaren afstand tot de aarde. Astronomen trekken dan de conclusie dat het universum miljoenen zo niet miljarden jaren oud moet zijn, want het licht heeft er toch miljoenen jaren over gedaan om de aarde te bereiken.
Deze conclusie is wetenschappelijk gezien juist, als je niet in de schepping door God gelooft.

De Bijbelse conclusie is dat de aarde niet oud is. God heeft het licht van de zon, maan en sterren meteen naar de aarde gebracht en de zon, maan en sterren zijn sindsdien gewoon blijven schijnen. God schiep volwassen bomen en planten, volwassen dieren en volwassen mensen. Nadat de schepping voltooid was zijn de bomen, planten, dieren en mensen zich voort gaan planten. De aarde is nog heel jong en hooguit zevenduizend jaar oud.

Evolutie

De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.
(Psalm 14:1)

Veel mensen geloven in evolutie en u misschien ook. Ik wil u vragen om de volgende zeven punten te overdenken:

  • Uit niets komt niets!
  • Een auto is ontworpen en vereist een ontwerper.
  • Een auto kan alleen functioneren als alle onderdelen perfect samenwerken.
  • Een mens kan alleen functioneren als alle lichaamsdelen perfect samenwerken.
  • De mens is daarom ontworpen en vereist een ontwerper.
  • Menselijke wetten vereisen een wetgever.
  • Natuurwetten vereisen daarom ook een wetgever.

U kunt legoblokken in de lucht gooien totdat u oud en grijs bent, maar het zal nooit uit zichzelf een bouwwerk worden. Om van lego een bouwwerk te maken, heeft u iemand nodig die het gaat bouwen. Iedereen zal het hiermee eens zijn.
Vervolgens kijken mensen naar de aarde, de natuur en het universum en zeggen: “oerknal”! Als u tot deze groep mensen behoort: U heeft een groter geloof dan ik. Evolutie is nooit geobserveerd en daarom geen wetenschap. Ware wetenschap vereist bewijs en moet door anderen herhaald kunnen worden met hetzelfde resultaat. Evolutie is niets meer en minder dan een religie, met evolutionisten als haar aanhangers.

Geloven in evolutie is een doelbewuste keuze van mensen omdat ze God niet in gedachten willen houden. Beroemde aanhangers van evolutie waren:

  • Adolf Hitler.
  • Josef Stalin.
  • Mao Zedong.
  • Pol Pot.
  • Vladimir Lenin.

De overeenkomsten tussen deze “leiders”? Ze waren allemaal megalomane massamoordenaars. Ze hadden geen van allen ook maar het kleinste beetje respect voor menselijk leven.
Evolutie heeft ook andere moorddadige praktijken voortgebracht zoals abortus. Wereldwijd zijn al honderden miljoenen baby’s vermoord door hun ouders en de abortusartsen. Wij leren onze kinderen dat ze zijn voortgekomen uit slijm. Waarom zouden ze dan respect hebben voor een mensenleven?